0499 21 92 38

Tafeltennis Spelregels

Tafeltennis wordt in de volksmond meestal pingpong genoemd en is een bekend vakantievertier. Met een batje sla je samen met twee of vier spelers een balletje op en neer. In het midden staat een klein netje waar je overheen dient te slaan. Het doel is natuurlijk het balletje zo te slaan dat de tegenstander het niet meer terug kan slaan. 

Zoals elke sport heeft ook tafeltennis regels nodig. Hieronder vind je een korte opsomming van de belangrijkste regels. Wil je een compleet overzicht van alle regels, kijk dan eens op de site van de NTTB daar vind je altijd de meest actuele regels.
 

Basisregels

Tijdens een tafeltenniswedstrijd worden meestal drie of vijf games gespeeld. Degene die de meeste games gewonnen heeft is de winnaar. Er hoeft natuurlijk niet altijd tot vijf games te worden doorgespeeld, heeft een persoon drie games gewonnen dan heeft hij of zij al gewonnen.

Games hebben 11 punten, met een minimaal verschil van twee punten. Heb je geen twee punten verschil, dan wordt er dus langer doorgespeeld.

Wie mag beginnen met serveren bepaal je meestal door een onpartijdig persoon een balletje in een van zijn handen te laten verstoppen. Degene die raad waar het balletje zit mag serveren. Na twee beurten gaat de service naar de tegenspeler dit gaat door tot een stand van 10-10. Vanaf dan wordt er om de beurt geserveerd. 

Het is verplicht de bal stil op de vlakke hand te leggen voor het opgooien en deze moet minimaal 16 centimeter recht omhoog gegooid worden bij het opslaan. Tijdens het serveren moet de bal altijd zichtbaar zijn voor de tegenstander en bij het opgooien moet hij achter de tafel blijven. Voldoet de service niet aan een van deze punten dan kan de scheidsrechter de opslag afkeuren en eventueel een punt aan de tegenstander toekennen. 

Sla je niet netjes over het netje bij de opslag maar raak je het net dan heet dit een 'let'. Wanneer dit gebeurt moet opnieuw worden opgeslagen.

Bij het terugslaan mag de tegenstander wel per ongeluk het net raken, de bal mag alleen niet op de eigen helft komen voordat hij over het net gaat. 

Een punt wordt toegekend wanneer de bal niet of niet goed wordt teruggeslagen of wanneer de opslag verkeerd is. 

Na afloop van elke game wisselen de spelers van tafelhelft. Bij een beslissende game wisselen de spelers ook wanneer een van beide vijf punten behaald heeft. 

 

Dubbelspel
Speel je met vier spelers i.p.v. met twee dan zijn er een aantal andere regels.Bij de opslag moet de bal bijvoorbeeld eerst in de rechterhelft van de eigen speelhelft komen en dan diagonaal in de rechter speelhelft van de tegenstanders (vanuit de tegenstanders gezien). De spelers slaan om de beurt, waarvan de volgorde vanaf het begin vast ligt. Heb je twee keer opgeslagen dan wordt er van plaats gewisseld. De andere speler van de twee kan dan de volgende keer opslaan. Bij elke game ruilen de spelers van een team van plaats. Hierdoor wordt de medespeler bij de volgende servicebeurt serveerder.